Korte geschiedenis

De 19e eeuwse Stads-Teekenacademie was een samenvoeging van de Vrije Haagsche Teeken-Academie (in 1682 ontstaan uit de Confrerie Pictura) en het genootschap voor Bouwkunde. De Eerste Afdeling Teekenkunst en Tweede Afdeling Bouwkunde genoten tot 1839 nog een zekere zelfstandigheid onder een algemeen bestuur. In dat jaar vond een volledige samensmelting plaats en trok de Vereeniging 's-Gravenhaagsche Teekenacademie in één gebouw aan de Prinsessegracht.
Vanaf 1859 werden, met onderbrekingen, aan de Academie ook technische vakken zoals wis- en werktuigkunde gedoceerd. Sinds dat jaar was de naam dan ook Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. De toevoeging technische wetenschappen werd na 1910 niet meer gehanteerd, hoewel tot 1990 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten een HTS-afdeling voor bouwkunde verbonden bleef.

Was het aantal afdelingen en cursussen in de 19e eeuw nog heel overzichtelijk (een Eerste Afdeling Teekenkunst en een Tweede Afdeling Bouwkunde, en een Zomer- en Wintercursus), in de twintigste eeuw vindt een gestage groei van afdelingen en soorten onderwijs plaats. Globaal ziet die ontwikkeling er zo uit.

Het onderwijs was verdeeld in een dag- en avondopleiding, die op hun beurt weer verdeeld waren in afdelingen. Tot 1931 hadden die afdelingen alleen  namen (met uitzondering van het jaar 1914/1915). Daarna kregen de afdelingen (weer) nummers.

Tot 1916 was er een cursus lager technisch onderwijs, die toen overging naar de Haagsche ambachtsschool. In 1912 werd Middelbaar technisch onderwijs ingevoerd. Sedert 1921 was er ook een Middelbare technische school aan de Academie verbonden. Het MTO bestond uit een zes-jarige cursus met 5 vakken. De MTS telde 3 cursusjaren met 16 vakken.

In 1930 werd de cursus Reclame toegevoegd; in 1931 meubelconstructie en binnenhuiskunst; in 1934 het uitgebreid lager nijverheidsonderwijs (U.L.N.O.); en in 1947 was er de omzetting van een architectuurcursus in het voortgezet bouwkundig onderwijs (VBO).

Het overzicht van de verschillende afdelingen en de veranderingen daarin in de eerste helft van de 20e eeuw, ziet er dan als volgt uit.

Periode 1914 tot 1930 (alleen in 1914-1915 genummerd van I-V)
-Bouwkunst
-Decoratieve en nijverheidskunst
-Teeken-, schilder- en beeldhouwkunst
-Werktuig-, ijzerbouwkunde en electrotechniek (avond)
-Opleiding lagere en middelbare tekenakte

Periode 1931-1952

  1. Tekenen, schilderen en boetseren
  2.  Reclame-ontwerpen
  3.  MTS voor bouwkunde, vanaf 1934 ULNO en MTO (avond), vanaf 1940 alleen ULNO
  4.  Opleiding voor lagere en middelbare nijverheidsakten; vanaf 1934 meubelconstructie en binnenhuiskunst (dag)/ Bouwconstructie en binnenhuiskunst (avond), vanaf 1937 Meubelconstructie en binnenhuiskunst (avond); vanaf 1944 met toneeldécor en -kostuum (dag); vanaf 1947 Voortgezet bouwkundig onderwijs (avond)
  5. Vervolgonderwijs (architectuur, binnenhuiskunst- en constructieberekening) en Kunstnijverheid (avond); vanaf 1934 Opleiding akten.

Periode vanaf de jaren '50

I Tekenen en schilderen
II Reclame-ontwerpen (vanaf 1960 genaamd Grafische en Typografische vormgeving)
IV Meubelconstructie en binnenhuiskunst (vanaf 1969 genaamd interieur-architectuur)
V  Opleidingen Tekenen MO-A en MO-B en de N XI-akte voor textiele vormgeving en mode

De oude afdeling III – de voormalige MTS (vanaf 1957 HTS) voor bouwkunde en weg- en waterbouwkunde – behoorde niet langer tot de kernafdelingen van de Academie. Vanaf 1971 wordt de HTS als een bijzondere cursus die aan de Academie wordt gegeven, beschouwd.

Zoals gezegd werd het onderwijs aan de Academie zowel in dag- als in de avonduren gegeven. In het avondonderwijs werd tekenen, reclame-ontwerpen, meubelconstructie en binnenhuiskunst en handtekenen (LO-akte) gedoceerd. Op op woensdag- en zaterdagmiddag was er een cursus tekenen. Naast de reeds genoemde VBO-cursus voor architecten, heeft van 1953-1977 de cursus Industriële Vormgeving (CIV) bestaan. Ook de lessen Bouwkunde aan de HTS-afdeling werden in de avonduren gegeven.
De speciale cursus berekening staal- en betonconstructies (cursus BSB) werd in 1958 als twee-jarige cursus aan de HTS toegevoegd onder de naam: Opleiding betonconstructeur (COB). Deze cursus zou tot 1982 blijven bestaan. De cursus Stedebouwkundige techniek werd van 1970 tot 1984 aan de HTS gegeven.

In 1980 verdwenen de opleidingen Tekenen MO-A en B en de opleiding N XI. De laatste werd omgezet in een afdeling Textiele Vormgeving.

Vanaf midden jaren tachtig moesten de scholen voor het Hoger Beroepsonderwijs fuseren tot grote instituten. Voor de HTS werd onderdak gevonden bij de Haagse Hogeschool. Vanaf 1987 vinden er geen lessen bouwkunde meer plaats aan de Academie.
De School voor Fotografie en Fotonica te Den Haag zocht in deze fusiejaren ook een nieuw onderkomen en vond dat bij de Academie in 1989.
De School voor Fotografie en Fotonica startte op 1 oktober 1953 met een opleiding in de avonduren. De school bestond uit 6 afdelingen: algemene fotografie (4-jarige opleiding); technische en wetenschappelijke fotografie (4-jarig); reprografie (4-jarig); fotografisch assistent (2-jarig); filmtechniek (4-jarig) en fotohandel (3-jarig). In 1956 werd toestemming gegeven een 3-jarige dagopleiding te starten. Na de fusie in 1989 met de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium maakt de voormalige 'Foto-MTS-Tarwekamp' deel uit van de Stichting Koninklijke Hogeschool voor Beeldende Kunsten, Muziek en Dans.